De uroloog heeft met u besproken dat er een vernauwing zit in uw plasbuis. U heeft hierover uitleg gekregen en informatie over of een operatie nodig of wenselijk is.
In deze informatie leest u meer over de behandeling van een vernauwing in de plasbuis. Een vernauwing in de plasbuis kan worden behandeld met een operatie. Hierbij wordt het littekenweefsel in de plasbuis ingesneden. Zo wordt de plasbuis weer wijder gemaakt.
Oorzaak vernauwing in de plasbuis
Een vernauwing van de plasbuis (urethrastrictuur) kan verschillende oorzaken hebben:
- Een aangeboren afwijking, zoals kleppen in de plasbuis.
- Beschadiging door een ongeluk, bijvoorbeeld een val op de fietsstang.
- Een ontsteking van de plasbuis.
- Na het inbrengen van een katheter (een slangetje via de plasbuis naar de blaas om urine af te laten lopen).
- Na een eerdere operatie via de plasbuis.
Door deze oorzaken kan littekenweefsel ontstaan in de plasbuis. Daardoor wordt de plasbuis nauwer. Soms is er geen duidelijke oorzaak voor de vernauwing.
De ingreep
Om de vernauwing in de plasbuis te verwijden, wordt het littekenweefsel in de plasbuis ingesneden. Deze operatie heet een Sachse- of Otis-urethrotomie.
Welke methode wordt gebruikt, hangt af van de plek van de vernauwing:
- Zit de vernauwing aan het einde van de plasbuis? Dan wordt meestal een Otis-operatie gedaan.
- Zit de vernauwing in het midden of hoger in de plasbuis (richting de prostaat)? Dan wordt meestal een Sachse-operatie gedaan.
Uw uroloog bespreekt met u welke techniek in uw situatie het meest geschikt is.
De operatie gebeurt onder algehele narcose (u slaapt) of met een ruggenprik. Voor de operatie zijn meestal voorbereidingen nodig. Dit heet de preoperatieve voorbereiding. U gaat hiervoor naar de preoperatieve polikliniek en heeft daar een gesprek met de anesthesist.
Gebruikt u bloedverdunners? Dan moet u dit altijd melden aan de uroloog en anesthesist. Zij bepalen wanneer u hiermee moet stoppen voor de operatie.
Sachse-urethrotomie
Via de plasbuis brengt de arts een kijkinstrument in. Dit is een hol buisje waar instrumenten doorheen kunnen. Het kijkinstrument wordt ingebracht tot aan de vernauwing in de plasbuis.
Met een klein, verschuifbaar mesje (urethrotoom) wordt de vernauwing ingesneden. Hierdoor wordt de plasbuis weer wijder.
Otis-urethrotomie
Bij een Otis-urethrotomie wordt de plasbuis zo ver mogelijk opgerekt tot aan de vernauwing. Met een klein mesje dat langs het instrument beweegt, wordt de vernauwing oppervlakkig ingesneden. Dit is meestal enkele millimeters diep. Hierdoor wordt de plasbuis weer wijder.
Na de ingreep
Na de operatie heeft u een katheter in de blaas. Dit is een slangetje via de plasbuis waardoor de urine kan wegstromen. Zo krijgt het wondgebied rust om te herstellen.
De katheter kan de blaas irriteren. U kunt daardoor het gevoel hebben dat u moet plassen of pijn voelen aan de top van de penis. Dit heet blaaskramp. Ook kan de urine in het begin wat rood zijn door een beetje bloed. Heeft u last van blaaskramp? Meld dit dan aan de verpleegkundige. U kunt hiervoor medicijnen krijgen.
Vrouwen krijgen na de operatie meestal een vaginaal tampon. Deze mag ongeveer 6 uur na de operatie worden verwijderd.
U heeft een infuus in uw hand of arm. Kort na de operatie mag u weer eten en drinken. Als dit goed gaat, wordt het infuus meestal dezelfde avond verwijderd.
Meestal wordt de katheter de dag na de operatie verwijderd, zodra de urine helder is. Daarna gaat u weer zelf plassen. In het begin kan plassen een branderig gevoel geven. Door voldoende te drinken (ongeveer 3 liter per dag) spoelt u de blaas en verdwijnen deze klachten meestal snel.
De verpleegkundige vraagt u om te melden wanneer u heeft geplast. Met een echo wordt daarna gecontroleerd of uw blaas goed leeg is.
Als het plassen goed gaat, mag u meestal dezelfde dag naar huis.
Soms moet de katheter langer blijven zitten. U hoeft dan niet in het ziekenhuis te blijven. De verpleegkundige legt uit hoe u thuis met de katheter omgaat. Ook krijgt u een afspraak voor het verwijderen van de katheter. Dit gebeurt in het ziekenhuis of op de polikliniek.
Mogelijke complicaties
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, ook bij een kleine ingreep. Mogelijke complicaties zijn een infectie of een nabloeding.
Rondom uw operatie krijgt u antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen. Ook wordt gecontroleerd of er niet te veel bloedverlies uit de plasbuis is.
Na een Sachse- of Otis-operatie kan de vernauwing in de plasbuis terugkomen. Het is moeilijk te voorspellen wanneer dit gebeurt. Na de operatie ontstaat namelijk opnieuw littekenweefsel. Hierdoor kan de plasbuis weer nauwer worden. Soms komt de vernauwing meerdere keren terug. De uroloog bespreekt dan met u welke behandeling het meest geschikt is.
Om de plasbuis open te houden, kan het nodig zijn deze regelmatig te verwijden. Dit heet dilateren. Hierbij brengt u een katheter (slangetje) in tot voorbij de vernauwing. De katheter hoeft niet tot in de blaas te worden ingebracht. Afhankelijk van uw situatie doet u dit één of meerdere keren per dag.
Als dilateren nodig is, krijgt u een afspraak met de incontinentieverpleegkundige. Zij leert u hoe u dit moet doen en begeleidt u hierbij.
Uw uroloog bespreekt vóór de operatie met u welke complicaties kunnen optreden en hoe groot de kans hierop is.
Wanneer neemt u contact op?
- Bij aanhoudende buikpijn die niet minder wordt met paracetamol (4 keer per dag, om de 6 uur, 2 tabletten van 500 mg).
- Bij hevig bloedverlies uit de plasbuis of als u grote bloedstolsels uitplast.
- Bij koorts boven de 38,5 °C, of bij koorts van 38 °C of hoger die langer dan 24 uur aanhoudt.
Leefregels voor thuis
Na de operatie gelden de volgende regels voor 4 weken:
- U mag niet fietsen of op een hometrainer trainen.
- U mag geen seksuele activiteiten hebben.
- Maak de voorgeschreven medicijnkuur helemaal af.
- Drink voldoende, ongeveer 2 liter per dag.
- Zorg voor een goede stoelgang. Eet daarom vezelrijk voedsel, zoals bruin brood en zemelen.
Controle
Volgens afspraak komt u op controle bij uw uroloog.
Heeft u nog vragen?
Deze informatie vervangt niet het gesprek met uw uroloog. Heeft u problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze informatie? Dan kunt u altijd contact opnemen met de assistente van de urologiepolikliniek of met uw uroloog.
Op de website van de Nederlandse vereniging van Urologie vindt u meer informatie. Lees hier meer over de behandeling van vernauwing van de plasbuis: Sachse urethrotomie