Cookie instellingen

Onze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring. Wilt u de website bezoeken en cookies accepteren?
Lees hier ons cookiebeleid

Colposcopie, lisexcisie en conisatie na een afwijkend uitstrijkje

Onderzoek

Soms worden bij een uitstrijkje afwijkende cellen gevonden. In het BovenIJ ziekenhuis onderzoekt de gynaecoloog dit met een colposcopie. Als we afwijkend weefsel moeten verwijderen, doen we dit met een lisexcisie of conisatie.

Een afwijkend uitstrijkje

Met een uitstrijkje kan een arts zien of er afwijkende cellen zijn. Dit kan betekenen dat u een voorstadium van baarmoederhalskanker hebt. U laat een uitstrijkje maken bij de huisarts. De arts of assistente doet dan een klein borsteltje in uw vagina, en haalt hiermee wat slijmvlies van uw baarmoederhals. Dit wordt onderzocht in een laboratorium. Worden er ongewone cellen gevonden? Dan kunt u dit verder laten onderzoeken in het BovenIJ ziekenhuis.

Colposcopie

Bij een colposcopie kijkt de gynaecoloog met een soort vergrootglas naar de baarmoedermond. Dit apparaatje noemen we een colposcoop. De gynaecoloog dept de baarmoederhals met vloeistoffen, om afwijkende plekjes te kunnen zien. Dit kan iets prikken, maar doet geen pijn. Bij afwijkende plekjes kan de gynaecoloog een stukje weefsel afnemen. Dit noemen we een biopt. Dit kan pijnlijk zijn, maar een verdoving is meestal niet nodig. Wel kan er een bloedend wondje aan de baarmoedermond ontstaan. Soms dept de gynaecoloog dit wondje met een stofje, waardoor het bloeden stopt. Hiervan kunt u wat krampen in de onderbuik voelen.

Er zijn 4 uitkomsten van dit onderzoek mogelijk:

  • Er zijn geen afwijkingen.
  • Er is een geringe afwijking (CIN 1) waarbij het advies is om na 12 maanden het uitstrijkje te herhalen om te zien of het lichaam de afwijking zelf opruimt.
  • Er is een matige afwijking (CIN 2). Het advies hangt af van de situatie (leeftijd, kinderwens, voorkeur). Afgesproken wordt om ofwel na 6 maanden het uitstrijkje te herhalen om te zien of het lichaam de afwijking zelf opruimt. Ofwel er wordt een behandeling afgesproken waarbij de afwijking wordt verwijderd.
  • Er is een ernstige afwijking (CIN 3). De gynaecoloog zal de afwijking moeten verwijderen Dit wordt op het dagcentrum gedaan met verdoving.

Lisexcisie

Als de afwijking verwijderd moet worden, doen we dit met een lisexcisie. Hierbij haalt de gynaecoloog het weefsel weg met een elektrisch draadjes, waarmee weefsel weggesneden wordt. Hiervoor krijgt u een plaatselijke verdoving met een prik in de baarmoedermond. Deze prik kan even pijn doen. Daarna voelt u weinig meer. De behandeling duurt ongeveer 15 minuten. De baarmoederhals geneest pijnloos. Wel kan er wat bloederig slijm uit uw vagina komen. Dit is normaal.

Conisatie

Bij een conisatie wordt weefsel weggenomen van de baarmoedermond. Het verschil met de lisexcisie is dat er weefsel wordt weggehaald dieper in de baarmoedermond. De gynaecoloog snijdt een kegelvormig stukje weefsel weg met een mes. U bent onder narcose, of u krijgt de verdoving met een ruggenprik. Na de conisatie plaatst de gynaecoloog soms een tampon in uw vagina, tegen het bloedverlies. U krijgt dan ook een katheter in de blaas. De tampon en de katheter worden na een paar uur verwijderd. Als u daarna zonder problemen uit bed kan komen en naar de wc kan gaan, mag  weer naar huis.  Na de conisatie kunt u 2 weken bloed of bloederig slijm verliezen. Dit wordt vanzelf minder. 

Het onderzoek

1Adviezen voor thuis

Sporten

Bloedverlies

Afscheiding

Douchen

Contact

Praktische informatie

Gynaecologie en Verloskunde polikliniek
Telefoonnummer
020-634 6103
Openings- en bezoektijden
Van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30
Route
18

Gerelateerde specialismen

Terug naar boven