Enorme schok
Ute vertelt: “Ik ging met mijn vermoeidheidsklachten naar mijn huisarts, die een vergrote lymfeklier bij mijn sleutelbeen voelde. Omdat ik vroeger zelf huisarts was, wist ik meteen: dit is niet goed. Binnen een week volgden verschillende onderzoeken in het BovenIJ. De uitslag was heftig: longkanker, stadium 4, uitgezaaid. Ik kreeg te horen dat ik nog zes weken te leven had. Dat was een enorme schok, ook omdat ik helemaal geen klachten had aan mijn longen.”
Nieuw onderzoek
Toch was er nog een kans, iets wat Ute weer hoop gaf. Longarts Jan-Willem Kroon stelde haar voor om mee te doen aan een onderzoek samen met het Amsterdam UMC. “Hij vertelde over nieuwe medicijnen met chemotherapie. Ik dacht: ik heb niets te verliezen, dus waarom zou ik het niet proberen? Na een test bleek ik geschikt voor het onderzoek. Wat was dat een opluchting, ik sprong een gat in de lucht.”
De behandeling “Twee weken later startte ik met de medicijnen en chemotherapie. Gelukkig werkten ze snel; op de scan was al na een paar weken verbetering te zien. Nog een aantal weken later was mijn situatie stabiel. Nu, vier jaar later slik ik de pillen nog iedere dag en ga ik elke drie maanden voor controle naar het BovenIJ. Dat is altijd even spannend, maar de uitslag is tot nu toe nog steeds goed.”
Tijd, respect en echte interesse
“Wat ik vooral waardeer aan het BovenIJ, is de persoonlijke aandacht. Zelfs als het druk is, voelt het nooit alsof iemand haast heeft. Er is tijd, respect en echte interesse. Het is niet voor niets dat ik, ook na mijn verhuizing naar Wageningen, in het BovenIJ wilde blijven voor mijn behandeling.”
Ook de samenwerking met andere ziekenhuizen geeft haar vertrouwen. “Het BovenIJ werkt goed samen met het Amsterdam UMC en het Antoni van Leeuwenhoek. Er kijken meerdere specialisten mee. Dat geeft mij rust en vertrouwen.”
Positief
Ondanks de longkanker blijft Ute positief. “Ik ben bijna 80 en leef nog steeds voluit. Ik teken, lees en geniet van mijn kinderen en kleinkinderen. Dankzij het onderzoek is mijn leven verlengd en daar ben ik heel dankbaar voor.”