Cookie instellingen

Onze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring. Wilt u de website bezoeken en cookies accepteren?
Lees hier ons cookiebeleid

Sondevoeding

Folder

U heeft met uw diëtist gesproken over sondevoeding. In deze brochure leggen wij u de belangrijkste punten rondom sondevoeding uit.

Wat is sondevoeding?

Sondevoeding is een dunne, vloeibare voeding die via een flexibel slangetje (sonde) direct in de maag of darm (jejunum) wordt toegediend. Het kan uw voeding geheel vervangen als volledige en volwaardige voeding of dienen als aanvulling op uw normale voeding. 
Sondevoeding bevat alle voedingsstoffen die u dagelijks nodig heeft, zoals energie, eiwit, vet en koolhydraten, vezels, maar ook vocht, vitamines en mineralen.
Omdat de sondevoeding direct in uw maag of dunne darm terecht komt ruikt en proeft u de sondevoeding niet. De voeding is daarom ook niet geschikt om te consumeren. Om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen is het belangrijk om het voorschrift wat u van uw diëtist gekregen heeft nauwkeurig op te volgen.

Wanneer sondevoeding?

Sondevoeding kan worden voorgeschreven als u niet voldoende kan of mag eten en drinken door bijvoorbeeld ziekte, een behandeling, slikproblemen of een operatie. Indien het u niet lukt voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen, heeft u risico op ondervoeding. Een goede voedingstoestand is echter belangrijk om in goede conditie te komen of te blijven. Door het gebruik van sondevoeding krijgt u, in de meeste gevallen, voldoende voeding binnen.

Uw diëtist (en/of arts) bepaalt welke sondevoeding, hoeveel en hoelang u sondevoeding moet gebruiken. Dit kan variëren van enkele weken tot een aantal maanden of zelfs levenslang, afhankelijk van uw situatie.

Bij het starten van de sondevoeding kan het zijn dat uw maagdarmkanaal daar even aan moet wennen. Eventuele klachten die u hierbij kunt ervaren gaan meestal vanzelf weer voorbij. Bij het veranderen van het soort/type sondevoeding moet u daar ook weer aan wennen. Klachten die kunnen voorkomen zijn: misselijkheid, diarree, obstipatie. Deze klachten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door te snelle toediening van de sondevoeding of doordat de sondevoeding niet op de juiste temperatuur is (te koud).

Manieren van voeden

Sondevoeding komt het lichaam binnen via een buigzaam slangetje (sonde). Het uiteinde van de sonde komt in de maag of in de dunne darm te liggen. Aan het uiteinde zit een opening waardoor de voeding de maag of dunne darm inloopt. De sonde kan op meerdere manieren ingebracht worden. Dit is afhankelijk van de aandoening die u heeft. Voordat de arts een sonde plaatst, hoort u welke sonde voor u geschikt is.

  • Neus-maagsonde: deze buigzame sonde gaat via uw neus, keel en slokdarm naar de maag. Een verpleegkundige of behandelend arts brengt de sonde in. U kunt in het begin de sonde voelen bij het slikken. Dit gevoel went vaak vanzelf;
  • Maagkatheter (PEG of PRG): deze sonde gaat door de buikwand naar uw maag. Deze manier van voeden kan gekozen worden wanneer langdurige sondevoeding in het vooruitzicht ligt. De arts brengt de sonde in op de Endoscopie- of Röntgenafdeling;
  • Darmkatheter (PEG-J sonde): deze sonde gaat door de buikwand naar uw darm. Deze manier van voeden kan
    gekozen worden wanneer langdurige sondevoeding in het vooruitzicht ligt. De arts brengt de sonde in onder verdoving op de chirurgische dagbehandeling;
  • Neus- duodenumsonde of neus- jejunumsonde: deze sonde gaat via uw neus, keel, slokdarm, maag naar de dunne darm. De arts brengt deze sonde in op de endoscopieafdeling. In het begin kunt u de sonde voelen bij het slikken. Dit gevoel went vaak vanzelf;

Vormen van toediening

Sondevoeding kan gegeven worden in porties (portietoediening) of via een voedingspomp (continue toediening). Welke manier voor u het beste is, hangt af van de plaats waar de voeding uiteindelijk terecht komt en eventuele klachten, zoals misselijkheid. Dit zullen uw diëtist en/of arts samen met u bepalen.

  • Portietoediening: bij portietoediening krijgt u meerdere keren per dag sondevoeding (in de maag) toegediend. Dit gaat met behulp van een 50 ml spuit. Met behulp van een opbouwschema worden de porties verdeeld over de dag. Meestal start u met 6 keer per dag, op vaste tijden sonde voeding. Deze manier komt het meest overeen met ‘gewoon eten’ en geeft meer bewegingsvrijheid.
    Als u de sondevoeding goed verdraagt, kan soms de frequentie verminderd worden. Hierbij wordt de hoeveelheid sondevoeding per portie vergroot. Dit gebeurt altijd in overleg met u en de diëtist;
  • Continue toediening: bij continue toediening krijgt u de sondevoeding druppelsgewijs toegediend met behulp van een (mobiele) voedingspomp. Deze wordt ingesteld op een bepaalde, berekende snelheid gedurende 24 uur per dag. Dit gebeurt vaak in het ziekenhuis als snellere inloop van sondevoeding in kortere tijd niet goed verdragen wordt.
    De sondevoeding kan eventueel ook alleen ’s nachts toegediend worden indien u sondevoeding krijgt als aanvullende voeding;
  • Intermitterend: bij intermitterend gebruik van sondevoeding wordt de voeding gedurende een aantal uren van de dag of nacht toegediend. Het is ook mogelijk 2-3 keer per dag een aantal uren sondevoeding toe te dienen. Zo ontstaan er voedingspauze(s). Met een voedingspauze in de nacht blijft het dag-nachtritme gehandhaafd en een voedingspauze overdag geeft meer bewegingsvrijheid. Intermitterend voeden gebeurt vaak als de sondevoeding gebruikt wordt als aanvullende voeding. Bij de toediening wordt een voedingspomp gebruikt.


Toediening van medicijnen via de sonde

Als u medicijnen gebruikt en slikken geen probleem vormt, dan kunt u uw medicijnen op de gebruikelijke manier blijven innemen.
Als u moeite heeft met slikken (of niet kan slikken) kan de medicatie, in de meeste gevallen, (goed fijngemalen) via de sonde gegeven worden.
Let op: dit moet altijd in overleg met uw behandelend arts of apotheker. Niet alle medicatie is geschikt om door de sonde te geven en kans op verstopping van de sonde is aanwezig.

Verwisselen, doorspoelen en aan- en afkoppelen

Voor het aan- en afkoppelen en verwisselen van de sondevoeding bestaan meerdere mogelijkheden. Dit is afhankelijk van de soort voedingspomp.
Een sonde in de maag of in de dunne darm vraagt om goede verzorging. Het is belangrijk om de sonde goed open te houden om verstopping te voorkomen, hoe u dit kunt doen leest u onderstaand. De verpleegkundige, thuiszorgverpleegkundige of gespecialiseerd verpleegkundige kan u hier ook verder in begeleiden.

Hygiëne

  • Was voor gebruik uw grondig met zeep, ook goed tussen uw vingers;
  • Controleer de sondevoeding op houdbaarheidsdatum en eventuele beschadiging. Bij beschadiging of een verlopen houdbaarheidsdatum de sondevoeding niet gebruiken;
  • Volg de instructies op de verpakking;
  • Spuit de sonde zowel vóór als ná het toedienen van voeding en medicatie schoon met water. Hiermee voorkomt u verstopping van de sonde;
  • Vervang iedere 24 uur de pompset of het toedieningssysteem;

 

Indien er sprake is van toediening per portie is het van belang om:

  • Geopende pakken sondevoeding in de koelkast bewaren; deze zijn dan maximaal 24 uur na openen houdbaar;
  • Spuit de sonde voor en na elke portie door met lauw kraanwater om de kans op verstopping te beperken;
  • Ongeacht de wijze van toediening moet sonde elke 4 uur worden doorgespoeld met lauw kraanwater, ook ‘s nachts.

Indien er sprake is van toediening per portie is het van belang om:

  • Geopende sondevoedingspakken aangesloten niet langer dan 24 uur aan te hangen. Geopende sondevoedingspakken zijn maximaal 24 uur houdbaar als deze zijn aangesloten. Schrijf de datum en tijd van opening op het pak;
  • Ongeacht de wijze van toediening moet sonde elke 4 uur worden doorgespoeld met lauw kraanwater, ook ’s nachts.

Verzorging van mond en gebit

Als u bijna niet zelf eet of drinkt, maakt u weinig speeksel aan. Hierdoor krijgt u een droge mond, tong en lippen of kunnen mondinfecties ontstaan. Om dit te voorkomen is goede mondzorg er belangrijk. U kunt hiervoor onderstaande adviezen volgen:

  • Regelmatige kleine beetjes drinken als dit kan (en mag);
  • Poets uw tanden 2 tot 4 keer per dag met een zachte tandenborstel. Dit geldt ook voor een gebitsprothese;
  • Spoel regelmatig uw mond met water, als u niet mag drinken;
  • Gebruik vaseline bij droge lippen;
  • Gebruik suikervrije zuurtjes of suikervrije kauwgom (als u dit mag);

Advies door diëtist

De diëtist beoordeelt of sondevoeding is geïndiceerd en adviseert over de juiste soort, hoeveelheid en opbouw van sondevoeding. De keuze wordt gemaakt op basis van de berekende voedingsbehoefte en medische diagnose. De samenstelling van de sondevoeding, de hoeveelheid en de tijdsduur kan voor iedereen verschillend zijn.

Stop of wijzig het gebruik van sondevoeding nooit zelfstandig. Het kan voorkomen dat u geadviseerd wordt de sondevoeding in de thuissituatie verder voort te zetten. Indien uw medische toestand het toelaat is het mogelijk om daarnaast ook normale orale voeding te gaan gebruiken. Afbouwen van de sondevoeding, omdat het gewone eten beter gaat, kan in overleg met uw diëtist.
Neem altijd contact op met uw diëtist en/of behandelend arts bij een verandering!

Sondevoeding thuis

Sondevoeding kan ook in de thuissituatie gebruikt worden. Hiervoor hoeft u niet in het ziekenhuis te (ver)blijven.
De diëtist vraagt de sondevoeding en materialen voor de toediening thuis voor u aan. Dit gaat via een facilitair bedrijf die de benodigdheden, toebehoren en de voeding aan huis bezorgd. Daarnaast kan er geregeld worden dat een gespecialiseerd verpleegkundige uitleg komt geven over de toediening van de sondevoeding en de verzorging van de sonde en materialen. Dit kan plaats vinden in het ziekenhuis of in de thuissituatie zodat u of uw partner/familielid de sondevoeding zelf kan toedienen. Als dit niet mogelijk is, kan hiervoor thuiszorg aangevraagd worden.
De diëtist zal met u overleggen over de verdere begeleiding in de thuissituatie. U kunt begeleid blijven worden door de diëtist in het ziekenhuis of doorverwezen worden naar een diëtist bij u in de buurt (eerstelijns diëtist).

Problemen die kunnen ontstaan

Over het algemeen ontstaan er weinig problemen bij sondevoeding. Het is wel belangrijk dat u weet wat u moet doen als er toch een probleem ontstaat.

ProbleemContact opnemen met
De sonde is verstopt De thuiszorgverpleegkundige, als die is ingeschakeld. Anders het facilitair bedrijf
Diarree, verstopping (obstipatie), misselijkheid,
braken, (dreigende) uitdroging.
Huisarts of medisch specialist
Problemen met de voedingspomp en/of het
toedieningssysteem
De thuiszorgverpleegkundige, als die is ingeschakeld. Anders het facilitair bedrijf
Ongewenst gewichtsverlies of gewichtstoenameDiëtist
Psychosociale problemenHuisarts
Wanneer oraal gestart of uitgebreid mag worden met eten en/of drinkenDiëtist

Verdere informatie

Sondevoeding thuis
Sondevoeding thuis is een initiatief van Nutricia Advanced Medical Nutrition. De website is geschreven door ervaren diëtisten van Nutricia. Het doel van de website is het geven van support aan iedereen die te maken heeft met sondevoeding zoals gebruikers, ouders en verzorgers. U kunt de informatie vinden op de volgende website: https://www.sondevoedingthuis.nl/

Contactinformatie afdelingen

Diëtetiek

Route
70

Gerelateerde afdelingen

Terug naar boven