Voorbereiding:
- Slikt u bloedverdunnende medicijnen? Dan moet u hier in overleg met de arts voor de operatie mee stoppen.
- U kunt niet zelf auto rijden na de ingreep, dus regelt u van tevoren vervoer naar huis.
Onze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring. Wilt u de website bezoeken en cookies accepteren?
Lees hier ons cookiebeleid
Carpaal Tunnel Syndroom is een zeer veel voorkomende, hinderlijke aandoening waarbij een grote zenuw in de pols bekneld is en tintelende vingers veroorzaakt. Het BovenIJ ziekenhuis heeft een jarenlange uitgebreide ervaring met de operatieve behandeling van deze aandoening.
Om vast te stellen dat u het Carpale Tunnel Syndroom heeft, doet de neuroloog onderzoek om andere aandoeningen met dezelfde klachten uit te sluiten. Bloedonderzoek kan nodig zijn om bijvoorbeeld hormonale oorzaken op te sporen. Om de diagnose te bevestigen wordt een electromyogram (EMG) gedaan. Hiermee kan de neuroloog zien of de zenuw inderdaad in de carpale tunnel klem zit en niet op een andere plaats.
Behandeling kan bestaan uit: rust, een injectie in de pols of een operatie. De operatie wordt gedaan door een chirurg.
De operatie begint met het verdoven van de hand. Dit gebeurt met een prik in de handpalm of pols die meestal pijn doet. Daarna is de ingreep niet pijnlijk meer. Het gevoel in de vingers blijft vaak normaal.
De beknelling van de zenuw wordt opgeheven door het dak van de carpale tunnel (tussen pink en duimmuis) door te snijden. De operatie duurt ongeveer een half uur.
Mensen die aan beide handen het Carpaal Tunnel Syndroom hebben, worden eerst aan de ene hand geopereerd en pas een aantal weken later aan de andere hand. U kunt de geopereerde hand namelijk een aantal weken niet goed gebruiken.
Na de operatie wordt uw hand verbonden en krijgt u een mitella (draagdoek) voor de eerste dagen. Na de ingreep dient u minimaal nog 2 uur in het ziekenhuis te blijven in verband met controles.
Na enkele uren is de verdoving uitgewerkt. Tegen de napijn krijgt u paracetamol.
De vingers kunt u het beste blijven bewegen. De handpalm heeft twee weken rust nodig; kracht zetten en wringende bewegingen moet u vermijden. De rust is nodig voor een ongestoorde wondgenezing.
De wond moet droog blijven. Na een dag kunt u het verband eraf halen en na tien tot veertien dagen worden de hechtingen verwijderd.
Het litteken blijft vaak enkele maanden gevoelig, vooral bij druk op die plaats, bijvoorbeeld als u op de pols steunt. Het kan nog langer duren voordat de kracht in de hand weer normaal is.
De tintelingen in de vingers zijn vaak snel na de operatie over maar kunnen ook langzaam verdwijnen. Gevoelsvermindering in de vingers blijft soms bestaan.