Achtergrondinformatie laboratoriumonderzoek

U bevindt zich hier: Home | Patiënt | Afdelingen | Poliklinieken | Klinisch Chemisch Laboratorium (KCL) | Achtergrondinformatie laboratoriumonderzoek

Achtergrondinformatie laboratoriumonderzoek

De Nederlandse klinisch chemische laboratoria behoren tot de beste van de wereld. Ze staan onder leiding van een klinisch chemicus of laboratoriumarts. Het onderzoek gebeurt door gediplomeerde klinisch chemisch (medisch) analisten. Nationaal georganiseerde kwaliteitscontroleprogramma's waarborgen een voortdurend hoge kwaliteit van het werk. Klinisch chemisch analisten hebben een vierjarige middelbare (MLO) of hogere (HLO) beroepsopleiding gevolgd. Zij voeren het belangrijke analytische werk op een laboratorium uit. Analisten met een HLO-opleiding zijn gerechtigd tot het voeren van de titel ingenieur (ing.).

Algemeen klinisch chemisch onderzoek

Algemeen klinisch chemisch onderzoek omvat het meten van hoeveelheden aan componenten die in de verschillende lichaamsvloeistoffen aanwezig zijn. Het betreft onder meer de bepaling van natrium, glucose, eiwit, ijzer, cholesterol en van verschillende enzymen in het bloed. Door de meting van de concentratie van deze stoffen kan informatie verkregen worden over het functioneren van bijvoorbeeld de nieren, lever en hart.

Hematologisch onderzoek

Dit betekent onderzoek van de verschillende soorten bloedcellen. Het omvat onder meer het tellen van het aantal bloedcellen en het bepalen van het vóórkomen van de verschillende soorten cellen en het stadium van de ontwikkeling waarin zij verkeren. De resultaten van deze celtellingen kunnen belangrijke informatie geven over de productie van de rode en witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes in het lichaam en hun onderlinge verhouding. Dit onderzoek is ondermeer van belang voor de diagnostiek en de vervolging van bloedziekten, zoals leukemie, lymfeklieraandoeningen, verschillende vormen van bloedarmoede.

Stollingonderzoek

Bij dit onderzoek gaat het om het opsporen van defecten in de bloedstolling. Dit kan zowel een tekort aan stolactiviteit zijn als een verhoogde stollingsneiging van het bloed. De meest bekende ziekte, waarbij een stollingsfactor ontbreekt is hemofilie (bloederziekte). Bij een verhoogde stollingsneiging bestaat het risico op trombose. Het kan zo zijn dat bij patiënten de stollingsneiging kunstmatig laag gehouden moet worden. Dit kan worden bereikt met het dagelijks gebruik van tabletten als Sintrom. Het is dan noodzakelijk dat het bloed regelmatig gecontroleerd wordt. Dit gebeurt via een stoltest en naar aanleiding van de uitkomst hiervan kan de dosering van de medicijnen zonodig aangepast worden.

Bloedtransfusie

Bij het verrichten van grote operaties, denk aan hart- en longchirurgie en de operaties van aneurysmata (verwijdingen van de bloedvaten) is vaak een bloedtransfusie nodig.

Ook bij bepaalde ziekten kan het voorkomen dat een patiënt een bloedtransfusie nodig heeft. Bij het pre-operatieve onderzoek worden testen uitgevoerd die noodzakelijk zijn om een probleemloze bloedtransfusie mogelijk te maken. Hiertoe behoren het bepalen van de bloedgroep en de rhesusfactor.

Bovendien wordt het bloed onderzocht op de aanwezigheid van (ongewenste) antistoffen tegen rode bloedcellen met minder voorkomende bloedgroepen. Zonodig kan dan tijdig een bijpassende donor worden gezocht. De kruisproef is één van de laatste testen die uitgevoerd wordt bij patiënten die een transfusie nodig hebben. Deze laboratorium test bestaat uit het bij elkaar voegen van serum van de ontvanger (patiënt) met rode bloedlichaampjes van de donor. Een positieve kruisproef is een belemmering voor het toepassen van een bloedtransfusie. Door al deze voorzorgen wordt het aantal ongewenste (en soms levensbedreigende) bijwerkingen van een bloedtransfusie tot een minimum beperkt.

Urineonderzoek

Het urineonderzoek is van oudsher een beproefd middel om belangrijke gegevens over de nieren en de urinewegen te verkrijgen. Dit geldt in het bijzonder voor het onderzoek van het urinesediment; het onder de microscoop bekijken van een concentraat van de urine. Maar urineonderzoek kan ook nuttige gegevens opleveren over stoornissen die niet gelokaliseerd zijn in de nieren en de urinewegen, zoals glucosurie (in de volksmond 'suiker in de urine') bij diabetes mellitus patiënten (suikerziekte).

Immunologisch onderzoek

Immunologie is de wetenschap die zich richt op de bestudering van het afweermechanisme van het lichaam. Tot het immunologisch onderzoek wordt ondermeer gerekend de diagnostiek van allergieën en reuma en het bepalen van eiwitten en immuunglobulinen die betrokken zijn bij het afweersysteem. Tijdens de ontwikkeling van de immunologie is gebleken dat monoclonale antilichamen (specifieke 'snuffelmoleculen') uitstekende hulpmiddelen zijn bij tal van laboratoriumonderzoeken. Deze monoclonale antilichamen vormden de basis voor de immunochemie die thans algemeen in de klinische chemie toegepast wordt.

Endocrinologisch onderzoek

Het endocrinologisch onderzoek is het onderdeel van de klinische chemie dat zich bezighoudt met de hormonen. De ontwikkelingen in de immunochemische analysetechnieken hebben het mogelijk gemaakt de relatief kleine hoeveelheden hormonen die zich in het bloed bevinden snel en nauwkeurig te meten. Hierdoor kunnen verschillende ziektebeelden zoals bijvoorbeeld schildklierafwijkingen en vruchtbaarheidsproblemen beter worden gediagnosticeerd en er kan een juiste therapie worden ingesteld en vervolgd.

Beenmergonderzoek

Een klein gedeelte van de analyses betreft het onderzoek van beenmerg. Omdat in het beenmerg alle voorlopers van de bloedcellen aanwezig zijn, kan uit het beenmerg waardevolle informatie verkregen worden over stoornissen in de aanmaak van bloedcellen.

DNA diagnostiek

Eén van de nieuwste ontwikkelingen in de klinische chemie is de moleculaire diagnostiek. Nadat Watson en Crick in 1953 de opbouw van het DNA (bron van de genetische informatie) hadden ontrafeld, is de kennis over ziekten die hun oorsprong hebben in 'DNA defecten' met grote sprongen vooruit gegaan. Ziekten zoals sikkelcel anemie, hypercholesterolemie en leukemie kunnen het gevolg zijn van defecten in het DNA. Tot enkele jaren terug was het opsporen van zulke defecten een tijdrovende bezigheid. Door de opkomst van de zogenaamde polymerase ketting reactie (PCR) is vandaag de dag het opsporen van bekende defecten in het DNA een stuk vereenvoudigd.

U vindt meer informatie over laboratoriumonderzoek op de site www.MedischLab.nl.

Terug naar boven

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...