Trommelvliesbuisjes plaatsen bij kinderen

U bevindt zich hier: Home | Onderzoeken & Behandelingen | Trommelvliesbuisjes plaatsen bij kinderen

Trommelvliesbuisjes plaatsen bij kinderen

Deze informatie gaat over trommelvliesbuisjes plaatsen bij kinderen. De keel-, neus-, en oorarts (KNO-arts) heeft in overleg met u besloten dat uw kind trommelvliesbuisjes nodig heeft.

Het oor

Het oor heeft drie delen:
1. Het uitwendige oor (oorschelp en gehoorgang).
2. Het middenoor met hierin de gehoorbeentjes (begrensd door trommelvlies en slakkenhuis).
3. Het binnenoor (slakkenhuis en gehoorzenuw).


Schematische voorstelling van het oor

In een gezond oor worden de "geluidstrillingen” door het uitwendige oor opgevangen en verder geleid naar het middenoor. De trillingen komen dan eerst op het trommelvlies om vervolgens via drie gehoorbeentjes verder te worden geleid naar het slakkenhuis.
Het middenoor hoort een luchthoudende holte te zijn. Deze lucht komt daar door de buis van Eustachius (de verbinding tussen middenoor en neus-, keelholte).

De buis van Eustachius

Voor een optimaal functioneren van het gehoor moeten alle onderdelen (uitwendig oor, middenoor, binnenoor) goed werken. De klachten, die buisjes noodzakelijk maken, vinden een oorsprong in het middenoor. Voor een optimaal functioneren moet het middenoor luchthoudend zijn en het trommelvlies fraai gespannen staan.

Door o.a. ontstekingen in de neus-, keelholte en/of neusbijholten, allergie en een nauwe doorgankelijkheid, kan de buis van Eustachius niet optimaal werken, zodat de beluchting van het middenoor tekort kan schieten. Er ontstaat onderdruk in het midden¬oor en dit zuigt vocht uit het slijmvlies van het middenoor, dat dan vervolgens niet meer kan wegvloeien via de buis van Eustachius.

1: ingang buis van Eustachius, 2: neusamandel, 3: huig.

 

Trommelvliesbuisjes

Alleen éénmalig doorprikken van het trommelvlies en wegzuigen van het vocht uit het middenoor, is niet voldoende. Binnen enkele dagen zal het trommelvlies weer dichtgroeien en zal het vocht terugkomen. Met een trommelvliesbuisje wordt het middenoor blijvend belucht en kan het slijmvlies van het middenoor en de buis van Eustachius genezen.
Een buisje voorkomt dus het dichtgroeien van het trommelvlies na doorprikken. In principe krijgen beide oren een buisje. Een trommelvliesbuisje is gemaakt vankunststof.
Een buisje wordt door het trommelvlies na 3 tot 18 maanden (gemiddeld 9 maanden) vanzelf naar de gehoorgang toe uitgestoten, waarna het trommelvlies vanzelf dichtgroeit. De verblijfsduur hangt af van het type buisje en de leeftijd van de patiënt. Hoe ouder, hoe langzamer het trommelvlies zich vernieuwt. Uiteindelijk groeit nagenoeg ieder buisje weer het trommelvlies uit naar de gehoorgang toe. Het blijft dan meestal in de gehoorgang geplakt zitten, maar functioneert dan niet meer.

Trommelvliesbuisje naast luciferkop

Redenen om buisjes te plaatsen

  1. Langdurige vocht(slijm)ophoping in het middenoor door een onvoldoende functie van de buis van Eustachius. Dit veroorzaakt slechthorendheid (men hoort alsof men onder water zwemt) en een drukkend gevoel in de oren.
  2. Steeds weer optredende middenoorontstekingen.
  3. Vele oorpijn.
  4. Sterk ingetrokken trommelvlies met slechthorendheid en dreigende blijvende trommelvliesbeschadiging.

Als deze klachten langere tijd bestaan, zijn trommelvliesbuisjes over het algemeen zinvol. De KNO-arts zal bij kinderen met name letten op een dreigende spraaktaalachterstand en ongewenste gedragsverandering.

Naast voordelen hebben buisjes ook nadelen. U moet samen met uw KNO-arts een afweging maken tussen deze voor- en nadelen. Pas als de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen wordt tot de ingreep besloten.

De voorbereidingen direct na het polikliniekbezoek

Nadat u met uw kind bij de KNO-arts bent geweest, maakt u direct twee afspraken bij de assistente van de KNO arts:

  • Een afspraak voor de operatie.
  • Een afspraak voor de nacontrole.

Na het maken van de afspraken bij de assistente van de KNO arts gaat u naar de preoperatieve polikliniek voor het maken van een afspraak. Op de dag van de afspraak bij de preoperatieve polikliniek gaat u aansluitend naar het Dagcentrum voor de voorlichting. U krijgt uw afspraken mee u op een afsprakenblad.

Preoperatief spreekuur (POS)

Tijdens de afspraak op de preoperatieve polikliniek wordt uw kind door de anesthesist gezien en kunt u - zo nodig - vragen stellen. Aansluitend krijgt u en uw kind uitleg van een kinderverpleegkundige over alle zaken rondom de operatie en de WGBO. U hebt op het Dagcentrum ook nog de gelegenheid om vragen te stellen.

De voorbereiding voor de operatie

Neem als tijdstip voor de operatie het tijdstip dat op het afspraakkaartje is vermeld, tenzij u expliciet anders is meegedeeld.
Tien dagen vóór, tot en met tien dagen na de operatie mag uw kind géén aspirineachtige geneesmiddelen (Aspro, APC, Saridon e.d.) gebruiken. In aspirine zit een stof, die “bloedverdunnend” werkt en dat zou eerder tot een bloeding kunnen leiden.

Doe uw kind makkelijk zittende kleding aan, die ook vies mag worden. Neem schone kleding mee. Wij adviseren u lange haren samen te binden. Neem voor jonge kinderen een eigen drinkbeker of fles en een knuffel of iets te spelen mee.

Ongeveer 1 uur voor de ingreep geeft u uw kind de atropinesulfaatdrank (speekselremmer en hartbeschermer), die u op het preoperatief spreekuur heeft meegekregen. U geeft tegelijkertijd uw kind de paracetamolzetpil (niet-bloedverdunnend). Ook deze zetpil heeft u op het Dagcentrum meegekregen.

Heeft uw kind op de dag van de operatie koorts (>38.5 graden) dan neemt u om 8.00 uur contact op met het Dagcentrum. Ook bij (het vermoeden van) een kinderziekte meldt u dit aan het Dagcentrum.

U mag na de ingreep met 2 volwassenen op het Dagcentrum aanwezig zijn bij uw kind. Er mogen geen andere kinderen aanwezig zijn na de ingreep in verband met de mogelijke onrust die dat met zich meebrengt.

Eten en drinken vóór de operatie

Tot 6 uur voordat uw kind geopereerd wordt is het toegestaan om gewoon te eten en te drinken, maar geen vette maaltijden. Indien uw baby nog borstvoeding krijgt, mag dat nog tot 4 uur voor de operatie gegeven worden; flesvoeding tot 6 uur voor de operatie. Daarna mag uw kind helder vloeibaar blijven drinken tot 2 uur voordat uw kind geopereerd wordt. Heldere suikerhoudende dranken, zoals appelsap, limonade, thee met suiker en sportdranken zijn toegestaan. Uw kind mag absoluut geen melkproducten drinken vanwege slijmvorming. Tandenpoetsen is toegestaan..

De behandeling

De kinderen worden één voor één met een ouder of begeleider naar de operatiekamer gebracht. Daar zijn enkele kinderverpleegkundigen, de anesthesioloog en de KNO-arts. Een zwangere moeder kan beter niet mee in de operatiekamer vanwege het narcosegas.

U neemt uw kind op schoot, waarna uw kind een kapje over de neus en de mond krijgt. Door daarin te ademen valt uw kind na ongeveer twee minuten in "slaap". Tijdens het in slaap vallen kan uw kind onverwachte bewegingen maken en een snurkende ademhaling krijgen. Ook kunnen de ogen open blijven staan terwijl uw kind al niets meer merkt. Dit is normaal, u hoeft zich hierover geen zorgen te maken, narcose is nu eenmaal niet helemaal hetzelfde als slapen. Op dat moment wordt u teruggebracht naar de wachtruimte. Aansluitend begint de KNO-arts met de operatie van uw kind.

Na de behandeling

Na de operatie als uw kind wakker aan het worden is, wordt uw kind naar de verpleegzaal op het Dagcentrum gebracht. Op het moment dat uw kind daar is, wordt u door de kinderverpleegkundige opgehaald en naar uw kind gebracht. U kunt vanaf dat moment bij uw zoon of dochter blijven.

Het is belangrijk dat uw kind goed drinkt na de operatie ook al is dit pijnlijk. Het kan zijn dat uw kind wat bloed verliest uit de mond en de neus. Hier moet u niet van schrikken dit is een normaal verschijnsel na deze operatie.

Hoe de kinderen deze ingreep ervaren is afhankelijk van hun karakter, leeftijd, ervaring en voorbereiding. Door in te gaan op zijn/ haar vragen en speluitingen kunt u uw kind helpen deze ingreep te verwerken. Het kan voorkomen dat het snel geïrriteerd raakt of ’s nachts onrustig slaapt, weer gaat bedplassen of meer aandacht vraagt. U kunt uw kind het beste helpen door hier begrip voor te tonen.

Uw kind mag na de operatie niet eten. U kunt uw kind helpen door zelf ook niet te eten. Bij het ontslag (rond 11.30 uur) krijgt u van de kinderverpleegkundige een formulier met mogelijke problemen (complicaties), adviezen en leefregels mee. Uw kind mag twee dagen na de operatie weer naar buiten en naar school/crêche.

Bij thuiskomst

Loopoor direct na de ingreep

Na de ingreep ontstaat soms een loopoor (= pus dat uit het oor loopt). Dit is onder andere de inhoud van het middenoor, dat afvloeit. Wanneer na 5 dagen nog steeds pus uit het oor loopt, moet er 3x daags 2 antibioticum-oordruppels in het aangedane oor gedruppeld worden gedurende 10 dagen. Het recept voor dit medicijn kunt u binnen kantooruren via de KNO-arts krijgen.
Deze druppels mogen, in tegenstelling tot wat op de bijsluiter vermeld staat, wel in het oor gedruppeld worden. Maak het oor steeds schoon aan de buitenkant alvorens te druppelen. Tijdens de behandeling mag niet worden gezwommen en moet bij overig watercontact de uitleg onder ‘In bad/douchen’ goed worden nagevolgd.

Koorts

Er ontstaat eigenlijk nooit koorts na deze ingreep.

Dieet

Er zijn geen dieetbeperkingen.

In bad of onder de douche

In de periode tot aan de eerste controle moet u extra voorzichtig zijn met douchen en/of haren wassen.

School

Uw kind kan de dag na de ingreep weer naar school.

Zwemmen

Tot de eerste controle mag uw kind niet zwemmen.

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 6-15 dagen na de ingreep plaats. Hiervoor moet u zelf een afspraak maken bij de polikliniek KNO voor u het ziekenhuis verlaat. De vervolgcontroles zijn om de 3-6 maanden.

Problemen bij trommelvliesbuisjes

Loopoor enige tijd na de ingreep

Als het oor gaat lopen, bestaat er een ontsteking van het middenoor. De pus kan dan gemakkelijk uit het middenoor weglopen via het buisje, zodat er geen koorts of pijn zal optreden. Wanneer dit loopoor langer aanhoudt dan 5 dagen, moet u binnen kantoortijden contact opnemen met uw KNO-arts voor afdoende behandeling. Deze behandeling bestaat meestal uit antibioticum-oordruppels. Bij een loopoor mag nooit gezwommen worden en moet bij overig watercontact de uitleg onder ‘In bad/douchen’ goed worden nagevolgd.

Zwemmen

Na het plaatsen van buisjes mag niet worden gezwommen tot de eerste controle. Meestal geeft zwemmen daarna geen problemen. U kunt beter stoppen met zwemmen, wanneer er toch steeds looporen ontstaan en/of uw kind altijd klaagt over oorpijn tijdens het zwemmen. Als tussenoplossing kunt u het volgende nog proberen:

  • Alleen zwemmen met het hoofd boven water (u moet de badmeester daarover uiteraard informeren).
  • En/of zwemmen met watjes in de oren, vetgemaakt met zuurvrije vaseline (eventueel zelfs met een badmuts op).
  • En/of uit voorzorg druppelen met 2 antibioticum-oordruppels in beide oren na het zwemmen.
  • Alleen nog zwemmen met zwemoordoppen.

Oordoppen

Er zijn twee soorten oordoppen:

  1. Goedkope: deze zijn bij apotheek of drogist te koop. Zij hebben, afgezien van de prijs, iets meer bezwaren (geven sneller lekkage, vallen gemakkelijker uit), dan dure oordoppen.
  2. Dure: deze moeten op maat in een hoorapparatenwinkel (audicien) worden gemaakt (uw verzekering vergoedt de kosten niet). Zij sluiten over het algemeen onvoldoende af (de oren groeien nog, zodat ze snel lekkage geven) en u maakt uw kind weer slechthorend, juist als het tijdens de zwemles goed moet kunnen horen om de instructies te kunnen volgen.

Wij adviseren daarom alleen oordoppen te gebruiken bij: meer dan 4 maal per jaar een loopoor na zwemmen.

In bad of onder de douche

Zorg ervoor dat er geen zeepwater in de oren komt. Zeep verlaagt namelijk de oppervlaktespanning van water, waardoor dit gemakkelijker via het buisje het middenoor inloopt. Om dit te voorkomen kunt u watjes in de oren doen, vet gemaakt met zuurvrije vaseline. U kunt natuurlijk ook oordoppen gebruiken voor dit doel.

Steeds maar optreden van  looporen

Tijdens de aanwezigheid van een buisje in het trommelvlies kan er ook een middenoorontsteking ontstaan door infecties van binnenuit (verkoudheid) en van buitenaf (met name zwemwater). De klachten bij zo een ontsteking zijn echter veel minder hevig dan bij een intact trommelvlies. Bovendien is de behandeling eenvoudiger. Met de KNO-arts bespreekt u de mogelijkheden van behandeling: steeds weer antibioticum-oordruppels geven en/of de maatregelen nemen zoals verwoord onder de kopjes ‘oordoppen’ en ‘zwemmen’.

Opnieuw plaatsen

Of buisjes meerdere malen nodig zijn hangt af van:

  • De mate van ruimer worden (uitgroei) van de buis van Eustachius tijdens de groei van uw kind.
  • De neiging tot bovenste luchtweginfecties en allergie.
  • De genezing van het middenoor en het trommelvlies.
  • De leeftijd van de patiënt.

Bij kinderen ouder dan 10 jaar zijn de middenoren meestal uitgegroeid en functioneert de buis van Eustachius (weer) voldoende. Bij jongere kinderen bestaat er na iedere ingreep een kans van 50% dat er een volgende plaatsing nodig is.

Eén buisje

Buisjes worden meestal niet gelijktijdig uitgestoten. Soms kan herplaatsing nodig zijn voor één oor, terwijl het buisje in het andere oor nog goed functioneert. Er moet dan een nieuwe afweging gemaakt worden tussen:

  • Één buisje herplaatsen met het risico om op korte termijn ook het andere buisje opnieuw te moeten herplaatsen.
  • Een tijdelijke slechthorendheid van één oor (éénorigheid), zodat beter rekening moet worden gehouden met de kant waarvandaan het geluid voornamelijk komt.

Meestal wordt besloten even af te wachten.

Vliegreizen

Met trommelvliesbuisjes in de trommelvliezen kan er geen onder- of overdruk meer ontstaan in de middenoren, zodat oorpijn niet meer zal optreden tijdens vliegen. Voorzorgsmaatregelen zijn niet nodig.

Complicaties bij buisjes

Complicaties komen zelden voor. Toch is het belangrijk hier wel iets over te zeggen.

Schade door buisjes

Trommelvliesbuisjes zijn bedoeld om schade te voorkomen, zoals bijvoorbeeld het voorkomen van een spraak-taalachterstand, het voorkomen van beschadiging van middenoorstructuren door vele ontstekingen en het voorkomen van een trommelvliesverzwakking. Na het uitstoten van een buisje in de richting van de gehoorgang sluit het trommelvlies zich en blijft een klein litteken achter. Dit veroorzaakt echter geen gehoorvermindering of zwakke plek. In een enkel geval sluit het trommelvlies na het uitstoten van het buisje niet spontaan.

Gat in het trommelvlies

Sommige soorten buisjes laten vaker gaatjes (perforaties) in trommelvliezen achter. Wij gebruiken nu buisjes waarbij de kans op een gat in het trommelvlies na uitstoten kleiner is dan 1%. Mocht dit toch gebeuren dan zal er een klein gehoorverlies optreden. Operatief valt dit gaatje wel weer te sluiten, maar dat gebeurt pas meestal pas na de 14e verjaardag.

Buisje achter het trommelvlies

Zeer zelden gebeurt het dat een buisje verstopt raakt en naar binnen wordt gezogen of getrokken. Het trommelvlies kan dan weer dichtgroeien, waarna het buisje achter het trommelvlies zit. Dit geeft meestal geen gehoorverlies. Het is echter meestal wel verstandig dit buisje te verwijderen. Dit gaat meestal erg eenvoudig. U kunt het qua belasting vergelijken met het plaatsen van een buisje.

Verstopt raken buisje

Door een ontsteking kan opgedroogd pus het buisje verstoppen. Er ontstaat een plugje in het buisje. Door gedurende 10 dagen driemaal daags antibioticum-oordruppels te gebruiken, kunt u het verstoppende plugje losweken. Een recept krijgt u van de KNO-arts. Soms kan de KNO-arts het plugje er voorzichtig uitzuigen.

Niet uitstoten

Bij uitzondering blijven buisjes soms wel jaren in het trommelvlies zitten. Dat is zelden een probleem. Het verwijderen geeft een risico van een blijvend gat, zodat er meestal voor wordt gekozen de natuur haar werk te laten doen.

U kunt uw kind nog extra voorbereiden door middel van de volgende boekjes verkrijgbaar in boekhandel of bibliotheek:

  • “IJs voor Matthijs” door C. Kliphuis en H. van Vliet (ISBN 90-6249206-1).
  • “Nijntje in het ziekenhuis” (ISBN 90-73991-87-0).

Praat - zo eerlijk mogelijk - met uw kind over de operatie, maar doe dit niet te lang van tevoren of de dag voor de ingreep.

WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst)

De WGBO schrijft voor, dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort, dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Stichting Kind en Ziekenhuis). 

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...