Keelamandelen verwijderen bij grote kinderen

U bevindt zich hier: Home | Onderzoeken & Behandelingen | Keelamandelen verwijderen bij grote kinderen

Keelamandelen verwijderen bij grote kinderen

Deze informatie gaat over het verwijderen van de keelamandelen (tonsillen) in een dagopname bij grote kinderen.

Voor het verwijderen van de keelamandelen (tonsillen) wordt uw kind 24 uur of voor een dag opgenomen. Een dagopname betekent dat uw kind overdag in het ziekenhuis verblijft en ’s avonds weer thuis is. De KNO-arts bespreekt met u hoe dat gaat.

Wat zijn amandelen?

Amandelen zijn lymfeklieren. leder mens heeft twee keelamandelen, één tongamandel en één neusamandel. Amandelen kunnen allerlei door mond en neus binnenkomende ziektekiemen (bacteriën en virussen) bestrijden en hebben zodoende, als zij goed functioneren, een nuttige afweerfunctie.

Keelamandelen

De keelamandelen zitten tussen het zachte gehemelte en de plooien van de keel, naast de tong.

Tongamandel

De tongamandel zit achter op de tong en geeft zelden klachten.

Neusamandel

De neusamandel zit aan de neusachterwand, achter het zachte gehemelte (huig) en verdwijnt vrijwel altijd in de puberteit. 

Wanneer amandelen verwijderen?

Soms worden  ziektekiemen onvoldoende vernietigd en gaan deze zich ophopen. De keelamandelen zijn dan, soms zelfs voortdurend, ontstoken (angina) en veelal opgezwollen. Vaak zijn er ook klieren in de hals voelbaar. De keelamandelen zijn nu zelf de oorzaak van ontstekingen geworden en vervullen geen nuttige afweerfunctie meer.
De gevolgen van zieke keelamandelen kunnen zijn: regelmatig terugkerende perioden van keelpijn en/of slikpijn, koorts, algehele malaise, vieze smaak in de mond, moeheid, snurken en een slechte adem. Een doorgemaakt keelabces is altijd een reden voor operatie.

Wanneer de keelamandelen meer kwaad dan goed doen, de KNO-arts voorstelt de ziekmakende keelamandelen eruit te halen.

Voorbereidingen

Zodra u een afspraak heeft voor de operatiedatum maakt u bij het Patiënten Servicebureau een combinatieafspraak voor het Patiënten Servicebureau en de anesthesioloog. U heeft dan een gesprek met een verpleegkundige van het Patiënten Servicebureau en de anesthesioloog. Op deze manier worden alle benodigde gegevens die van belang voor uw operatie verzameld. Dit kost soms tijd.

Aan de hand van een vragenlijst en  lichamelijk onderzoek beoordeelt de anesthesioloog of uw kind gezond genoeg is om veilig de narcose te kunnen ondergaan. Mogelijk is aanvullend onderzoek (bloedonderzoek, röntgenfoto van de borstkas, elektrocardiogram (hartfilmpje) of longfunctietest) nodig. Eventuele vragen over de narcose en medicijnen kunt u aan de anesthesioloog stellen.

Voorbereiding door de ouders/verzorgers thuis

Een operatie is voor iedereen een ingrijpende gebeurtenis, voor het kind nog het meest. Een kind verwerkt een opname in een ziekenhuis beter wanneer het vooraf weet wat er gaat gebeuren. Daarom is het belangrijk dat uw kind weet waarom het naar het ziekenhuis moet, wat daar gaat gebeuren en wat de gevolgen zijn. Vertel wat ze zullen zien, voelen, ruiken en zeg in ieder geval dat ze mogen huilen. De informatie die u geeft moet eerlijk zijn. Angst kan niet volledig worden weggenomen en dat hoeft en kan ook niet. Een kind wil meestal nauwkeurig horen wat er allemaal gaat gebeuren. Als u uw kind voldoende informatie geeft, dan geeft u het ook de mogelijkheid om over angsten en onzekerheden te praten.

Om u te helpen, hebben wij een aantal tips:

  • Maak gebruik van boekjes die bij de bibliotheek en boekhandel verkrijgbaar zijn.
  • Koop speelmateriaal over het ziekenhuis bij de speelgoedwinkel.
  • Neem contact op met de Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis, die tot doel heeft het welzijn van het kind vóór, tijdens en na een ziekenhuisopname te bevorderen. De vereniging beschikt ook over verschillende soorten informatiemateriaal.
  • Maak een kennismakingsbezoek aan de kinderafdeling. U kunt hiervoor telefonisch een afspraak maken met een pedagogisch medewerker of kinderverpleegkundige. Zij zal u en uw kind de gang van zaken rond de operatie en de kinderafdeling vertellen.

Belangrijk

  • Als uw kind rookt, moet uw kind ten minste één dag voor de operatie stoppen met roken.
  • U moet de KNO-arts en anesthesist melden als er in uw familie aangeboren bloedstollingstoornissen voorkomen.
  • Tien dagen voorafgaande aan de operatie mag uw kind geen ASPIRINE-bevattende medicijnen, zoals Aspro, Sinaspril, Ascal en APC en bloedverdunners, zoals Sintrom en Marcoumar gebruiken. Deze medicijnen hebben invloed op de bloedstolling.
  • Op de dag van de operatie moet uw kind nuchter te zijn. Dat betekent dat uw kind tot 6 uur voor de operatie gewoon mag eten en drinken, maar geen vette maaltijden.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

  • Nachtgoed, kamerjas en pantoffels en eventueel een favoriete knuffel.
  • Kostbare zaken, zoals sieraden en dergelijke kunt u beter thuis laten.
  • Gebruikt uw kind medicijnen, dan moet u deze op de afdeling afgeven (voldoende voor de gehele opnameperiode). 
  • Het afsprakenkaartje.

Ziekenhuisverblijf voor de operatie

Melden

Uw kind moet zich, op afgesproken tijd, nuchter op de kinderafdeling melden.

Verpleegkundige opname

Een kinderverpleegkundige maakt u en uw kind wegwijs op de afdeling, wijst uw kind een bed, heeft nog enkele vragen, de lichaamstemperatuur wordt gemeten en controleert of uw kind nuchter is. Uw kind krijgt een naambandje om de pols en een operatiejas aan. Uw kind krijgt, indien afgesproken, premedicatie en eventuele pijnstilling.

Pedagogisch medewerker

De pedagogisch medewerker (begeleidster) zal een fotoboek over de narcose en/of een narcosekapje laten zien.

Operatie

Uw kind gaat vlak voor de operatie met één van de ouders (verzorger), een kinderverpleegkundige en de pedagogisch medewerker naar de voorbereidingskamer bij de operatiekamer. Een zwangere moeder kan beter niet mee in de operatiekamer vanwege het narcosegas.

De anesthesist bespreekt met u hoe uw kind het veiligst onder narcose kan worden gebracht.

  • Uw kind moet in een kapje ademen waarmee het onder algehele narcose wordt gebracht.
  • Als uw kind slaapt krijgt het een infuus.
  • Met het infuus word uw kind verder onder narcose gebracht. Uw kind moet beademd worden door een beademingsbuisje dat in de luchtpijp wordt gebracht. De vader of moeder mag bij het kind blijven totdat het onder narcose is gebracht. Daarna gaat de vader of moeder terug naar de kinderafdeling of de wachtkamer bij de operatiekamer.
  • Aan het einde van de operatie krijgt uw kind een zetpil tegen de pijn die na de operatie ontstaat.

Keelamandelen verwijderen heet in het Latijn tonsillectomie ('het uitsnijden van de amandel'). Bij grote kinderen worden de amandelen stapsgewijs losgemaakt, ook wel pellen genoemd. Dit gebeurt omdat de keelamandelen vaster zitten aan de onderliggende weefsellaag. Dit kost meer tijd, zodat de operatie niet meer op de ‘kleine kindermanier’ kan.

De operatie duurt ongeveer 20 minuten.

Ziekenhuisverblijf na de operatie

Ouders

Ouders kunnen de gehele opnameperiode bij hun zoon of dochter blijven.

Uitslaapkamer

Direct na de operatie wordt uw kind wakker op de uitslaapkamer, die vlak bij de operatiekamer is. Eén ouder/verzorger kan hiernaar toe komen. Als uw kind weer goed wakker is, gaat de ouder/verzorger van de uitslaapkamer mee naar de kinderafdeling. Daar gaan de controles, zoals pols tellen en lichaamstemperatuur meten door.

De kinderafdeling

Terug op de afdeling zorgt de kinderverpleegkundige voor controles, zoals pols tellen en lichaamstemperatuur meten.

Bloed

Meestal komt er de eerste 3-6 uren na de operatie wat vers (helder rood) bloed uit de keel. Ook kan donker bloed worden gebraakt; dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag terecht is gekomen. De verpleegkundige weet welke hoeveelheden nog normaal zijn.

Bedrust

Als uw kind zich goed voelt, hoeft het op de operatiedag geen bedrust te houden.

Infuus

Het infuus wordt een paar uur na de operatie verwijderd, als uw kind geplast en gedronken heeft.

Pijn

Uiteraard heeft uw kind na de operatie keelpijn, maar ook (uitstralende) pijn in de oren. Veelvuldig drinken van ijswater (hoe pijnlijk ook) vermindert uiteindelijk toch de pijn. De pijn is maximaal aanwezig op de operatiedag en de tweede dag na de operatie. Volgens een vast schema krijgt uw kind pijnstillers.

Eten en drinken

Tijdens het ziekenhuisverblijf mag uw kind niet alles eten en drinken. Uw kind mag de dag van de operatie alleen maar ijswater/limonade drinken. Uw kind moet regelmatig kleine slokjes drinken, zodat de keel 'in beweging' blijft. Ook het kauwen van kauwgom geeft deze beweging. Dit houdt de wonden in de keel goed schoon en voorkomt een nabloeding. Drink liever ieder kwartier een klein slokje dan ieder uur één grote slok.

Douchen

Het nemen van een korte lauwe douche is toegestaan. Haren wassen mag vanaf 24 uur na de operatie weer.

Slapen

Als uw kind blijft overnachten (bij een 24-uurs opname) mag één ouder/verzorger op de kamer blijven slapen.

Ontslag

Wanneer uw kind naar huis mag is bij een dagopname op de kinderafdeling afhankelijk van hoe laat uw kind ‘geholpen’ wordt. Dit wordt wel vooraf met u besproken. Als uw kind een nacht in het ziekenhuis moet blijven mag het de dag na de operatie om 9.00 uur naar huis.

Nazorg

Dieet

Vanaf de eerste dag na de operatie mag uw kind: waterijs, koude vloeibare voeding (yoghurt en vla), ijswater, koude limonade, appelsap en gepureerde voeding. De dagen hierna mag uw kind het dieet langzaam uitbreiden tot het normale. Het is verstandig als uw kind in deze week nog geen hard en scherp voedsel (patates frites, vis, gebakken aardappelen, broodkorsten) of scherpe stoffen (specerijen, kool-zuurhoudende dranken, alcohol, tabak) gebruikt.

Pijn

Voor de keelpijn krijgt u van het ziekenhuis een advies mee voor het gebruik van de paracetamol en dicolfenac. Ter bestrijding van de keelpijn kunt u bij drogist of apotheek paracetamol kopen, die uw kind een uur voor de maaltijd moet innemen. Als uw kind geen keelpijn meer heeft (meestal na 10 dagen), mag het geen pijnmedicatie meer gebruiken.

Wond

De twee wonden in de mond genezen met een korst die langzaam in 7-10 dagen (uiterlijk 14 dagen) vanzelf oplost of losraakt (een geringe bloeding mag daarbij optreden). Een korst die nat wordt (speeksel), is grijs-wit, zodat u in de keel van uw kind aan weerszijden een grijs-witte korst ziet. Deze kan ook vies ruiken (rottende lucht); dit is normaal. Er bestaat ook vaak een metaalachtige smaak.

Koorts

Bij temperatuur boven de 38,5ºC moet u contact opnemen met het ziekenhuis (binnen kantoortijden de polikliniek KNO, daarbuiten de spoedeisende hulp.

Hoesten/schrapen

Door te krachtig hoesten of schrapen kun je een nabloeding krijgen, omdat dan de wondkorst te snel kan losraken.

Sporten

De eerste 3 weken na de operatie mag uw kind niet sporten/gymmen.

Smaak

De eerste dagen na de operatie ervaren de meeste patiënten een veranderde, bittere of metaalachtige smaak. Bij acht procent van de aan hun keelamandelen geopereerde patiënten is die smaakverandering na een half jaar nog aanwezig. De smaakverandering duurt zelden langer dan een jaar.

Controle

De kinderverpleegkundige maakt een controleafspraak voor zes weken na de operatie. 

Complicaties

Complicaties komen gelukkig zelden voor. Toch is het belangrijk hier wel iets over te zeggen.

Nabloeding

Bij iedere operatie, ook bij het operatief verwijderen van keelamandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval is het voornaamste risico een nabloeding. Een normale bloedstolling tijdens en na de operatie is van groot belang, daarom mogen er voorafgaand aan deze ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruikt worden. Deze middelen zorgen ervoor dat het bloed minder goed of in het geheel niet stolt. Eveneens moet u vermelden dat er in de familie aangeboren bloedstollingstoornissen voorkomen.
De kans op een nabloeding is de eerste 6 uur na de ingreep het grootst. Na ontslag is het risico van een nabloeding zeer klein.
Bij een nabloeding is de korst te vroeg losgelaten (bijvoorbeeld door schrapen) en is een bloedvaatje weer gaan bloeden. Dit bloed is altijd helder rood. Er ontstaat dan soms een slecht nieuw stolsel, dat voorkomt dat het bloedende bloedvaatje zich kan terugtrekken en afsluiten, zodat er afwisselend wel en geen bloeding optreedt. U moet daar altijd melding van doen. Het is vaak voldoende om (soms onder plaatselijke verdoving) het niet goed afsluitende stolsel te verwijderen, zodat een nieuw en beter stolsel kan ontstaan. Soms, in minder dan 1,5% (meting in 2012) van de amandeloperaties, is het nodig om de nabloeding onder narcose te behandelen.

Bij een nabloeding thuis word u verzocht contact op te nemen met het ziekenhuis (binnen kantooruren de polikliniek KNO, buiten kantooruren de spoedeisende hulp).

Herstel

In de eerste week na de operatie mag uw kind bij goed weer naar buiten. Uw kind moet wel veel rusten en vroeg naar bed. Na deze week mag uw kind weer naar school (of naar werk) gaan. Vaak blijft uw kind nog geruime tijd af en toe keelpijn hebben.

WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst)

De WGBO schrijft voor, dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort, dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Stichting Kind en Ziekenhuis ).

Voor kinderen van 12 tot 16 jaar geldt dat een arts voor een behandeling of onderzoek toestemming nodig heeft van het kind zelf en van de ouders.

Vragen?

Heeft u nog vragen of heeft u nog aanvullingen op deze informatie, bel dan met de polikliniek KNO.

 

 

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...