Neus- en keelamandelen verwijderen bij kinderen

U bevindt zich hier: Home | Onderzoeken & Behandelingen | Neus- en keelamandelen verwijderen bij kinderen

Neus- en keelamandelen verwijderen bij kinderen

Deze informatie gaat over het verwijderen van de neus- en keelamandelen bij kinderen. De keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) heeft in overleg met u besloten de neus- en keelamandelen bij uw kind te verwijderen

Amandelen, wat zijn dat?

Amandelen zijn een soort (lymfe-)klieren achter in de keel; ieder mens heeft twee keelamandelen en een neusamandel. De keelamandelen zijn te zien (bij wijd geopende mond) tussen het zachte gehemelte en de plooien van de keel. De neusamandel zit aan de achterwand van de neus achter de huig en is in de keel alleen te zien als deze sterk gezwollen is. Amandelen kunnen allerlei door de neus en keel binnendringende ziekte-verwekkers (bacteriën en virussen) bestrijden en zodoende een nuttige functie hebben.
Soms worden de ziektekiemen onvoldoende vernietigd en gaan deze zich ophopen. De amandelen raken dan ontstoken en veelal opgezwollen. Vaak zijn er dan ook lymfeklieren in de hals voelbaar en/of zichtbaar. De amandelen zijn nu zelf de oorzaak van ontstekingen geworden en vervullen geen nuttige afweerfunctie meer. Dit gebeurt meestal pas na het derde levensjaar.

Redenen om keelamandelen te verwijderen

Wanneer de amandelen meer kwaad dan goed blijken te doen, stelt de KNO-arts voor deze ziekmakende keelamandelen eruit te halen. De neusamandel wordt dan ook (weer) weggehaald, omdat deze anders extra gaat groeien. Het overige lymfeklierweefsel zal na de operatie de taak van deze amandelen overnemen.

De belangrijkste redenen voor verwijdering zijn:

  • Regelmatig echte keelamandelontstekingen (meer dan 4x per jaar).
  • Belemmering van de ademhaling met hard snurken, mondademhaling en slaapapneu (ademstilstand tijdens het slapen door te grote keelamandelen) met sufheid en prikkelbaarheid overdag.

Minder dringende redenen voor verwijdering zijn: onverklaarde perioden van plotseling hoge koorts, hangerigheid, slechte adem en slechte eetlust.

De voorbereidingen direct na het polikliniekbezoek

Nadat u met uw kind bij de KNO-arts bent geweest, maakt u direct twee afspraken bij de assistente van de KNO arts:

  • Een afspraak voor de operatie.
  • Een afspraak voor de nacontrole. 

Na het maken van de afspraken bij de assistente van de KNO arts gaat u naar de preoperatieve polikliniek voor het maken van een afspraak. Op de dag van de afspraak bij de preoperatieve polikliniek gaat u aansluitend naar het Dagcentrum voor de voorlichting. U krijgt uw afspraken mee u op een afsprakenblad.

Preoperatief spreekuur (POS)

Tijdens dit spreekuur wordt uw kind door de anesthesist gezien en kunt u - zo nodig - vragen stellen. Aansluitend krijgt u en uw kind uitleg van een kinderverpleegkundige over alle zaken rondom de operatie en de WGBO. U hebt op het Dagcentrum ook nog de gelegenheid om vragen te stellen.

De voorbereiding voor de operatie

Neem als tijdstip voor de operatie het tijdstip dat op het afspraakkaartje is vermeld, tenzij u expliciet anders is meegedeeld.
Tien dagen vóór, tot en met tien dagen na de operatie mag uw kind géén aspirineachtige geneesmiddelen (Aspro, APC, Saridon e.d.) gebruiken. In aspirine zit een stof, die “bloedverdunnend” werkt en dat zou eerder tot een bloeding kunnen leiden.

Doe uw kind makkelijk zittende kleding aan, die ook vies mag worden. Neem schone kleding mee. Wij adviseren u lange haren samen te binden. Neem voor jonge kinderen een eigen drinkbeker of fles en een knuffel of iets te spelen mee.

Ongeveer 1 uur voor de ingreep geeft u uw kind de atropinesulfaatdrank (speekselremmer en hartbeschermer), die u op het preoperatief spreekuur heeft meegekregen. U geeft tegelijkertijd uw kind de paracetamolzetpil (niet-bloedverdunnend). Ook deze zetpil heeft u op het Dagcentrum meegekregen.

Heeft uw kind op de dag van de operatie koorts (>38.5 graden) dan neemt u om 8.00 uur contact op met het Dagcentrum. Ook bij (het vermoeden van) een kinderziekte meldt u dit aan het Dagcentrum.

U mag na de ingreep met 2 volwassenen op het Dagcentrum aanwezig zijn bij uw kind. Er mogen geen andere kinderen aanwezig zijn na de ingreep in verband met de mogelijke onrust die dat met zich meebrengt.

Na de behandeling

Na de operatie als uw kind wakker aan het worden is, wordt uw kind naar de verpleegzaal op het Dagcentrum gebracht. Op het moment dat uw kind daar is, wordt u door de kinderverpleegkundige opgehaald en naar uw kind gebracht. U kunt vanaf dat moment bij uw zoon of dochter blijven.

Het is belangrijk dat uw kind goed drinkt na de operatie ook al is dit pijnlijk. Het kan zijn dat uw kind wat bloed verliest uit de mond en de neus. Hier moet u niet van schrikken dit is een normaal verschijnsel na deze operatie.

Hoe de kinderen deze ingreep ervaren is afhankelijk van hun karakter, leeftijd, ervaring en voorbereiding. Door in te gaan op zijn/ haar vragen en speluitingen kunt u uw kind helpen deze ingreep te verwerken. Het kan voorkomen dat het snel geïrriteerd raakt of ’s nachts onrustig slaapt, weer gaat bedplassen of meer aandacht vraagt. U kunt uw kind het beste helpen door hier begrip voor te tonen.

Uw kind mag na de operatie niet eten. U kunt uw kind helpen door zelf ook niet te eten. Bij het ontslag (rond 11.30 uur) krijgt u van de kinderverpleegkundige een formulier met mogelijke problemen (complicaties), adviezen en leefregels mee. Uw kind mag vijf dagen na de operatie weer naar buiten en naar school/crêche.

U kunt uw kind nog extra voorbereiden door middel van de volgende boekjes verkrijgbaar in boekhandel of bibliotheek:

  • “IJs voor Matthijs” door C. Kliphuis en H. van Vliet (ISBN 90-6249206-1).
  • “Nijntje in het ziekenhuis” (ISBN 90-73991-87-0).

Praat - zo eerlijk mogelijk - met uw kind over de operatie, maar doe dit niet te lang van tevoren of de dag voor de ingreep.

WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst)

De WGBO schrijft voor, dat een arts voor een behandeling of een onderzoek de toestemming van de ouders nodig heeft. Daaruit vloeit voort, dat ouders recht hebben op alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Kinderen hebben eveneens recht op informatie, los van het gegeven hoe oud ze zijn. Naar gelang de leeftijd van het kind of naarmate een kind meer heeft meegemaakt doen ouders en hulpverleners er goed aan ook naar de mening van het kind zelf te luisteren (tekst Stichting Kind en Ziekenhuis). 

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...